| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |
Termen met beginletter F
Faisanderen
Langer laten besterven van (haar)wild en gevogelte om 'adellijk' te worden. Zie ook ‘ Afhangen '.
Farceren
Vullen.
Fariner
Door bloem halen.
Ficeler
Opbinden met touw.
Fileren
Het van het bot of de graat lossnijden en afnemen van de filets van vis, wild en gevogelte, Hiervoor zijn speciale fileermessen
(dun en soepel te koop.
Flamberen
Een gerecht overgieten met drank, en deze aansteken.
Fleurons
Halve maantjes van bladerdeeg.
Foncer
Bakblik/vorm bekleden met deeg.
Fond
Sterke bouillon voor het maken van sauzen en krachtige soepen.
Frituren
Frituren is het geheel ondergedompeld in hete olie of vet krokant gaar bakken van verse producten zoals vlees, gevogelte, (goed drooggedepte) vis, groenten, aardappelproducten en snacks. In een aantal gevallen (vis) is een beslag nodig om uiteenvallen te voorkomen.
Baktemperatuur: 170-190 ºC.
Frivolité
Hors d'Oevre, hapje.
Fruiten
Zie aanbraden .
Fruits de mer
Zeebanket, alle soorten zee-, schelp- en schaaldieren.
Fumet
Essence, sterk ingekookte fond van één soort vis/vlees/gevogelte.
